Personendosimetrie

 
 

Standaard wordt voor personendosimetrie een individuele lichaamsdosimeter gebruikt die op de borst gedragen wordt. Afhankelijk van specifieke behoeften kan deze aangevuld worden met een pols-, vinger-, ooglens- of loodschortdosimeter. Momenteel dragen ongeveer 10 000 Belgische en Nederlandse werknemers een dosimeter van het Studiecentrum voor Kernenergie.

De verschillende types dosimeters bestaan allemaal uit een houder met daaraan de dosimeter zelf. In de dosimeter zitten de detectoren die gevoelig zijn voor zowel bèta- als gammastraling.

De stralingsdosis van beroepshalve blootgestelde werknemers wordt meestal maandelijks gecontroleerd maar ook driemaandelijkse omwisseling is mogelijk. De natuurlijke achtergrondstraling wordt van het resultaat afgetrokken.

 

Lichaamsdosimeter

Momenteel biedt het SCK•CEN twee types personendosimeters aan. De TLD dosimeters worden niet meer aangeboden. In 2017 werd een nieuw type dosimeter in gebruik genomen, de InLight dosimeter, gebaseerd op optisch gestimuleerde luminescentie (OSL). Vanaf 2019 worden ook Instadose dosimeters aangeboden, deze maken gebruik van miniatuur ionisatiekamers.

InLight dosimeter

De InLight dosimeter is gevoelig voor zowel bèta als X- en gamma stralen. De dosimeter bestaat uit vier actieve elementen. De 4 detectoren bestaan alle uit met koolstof gedopeerd aluminiumoxide, maar worden achter 4 verschillende filters in de behuizing geplaatst. Deze filters dienen om de energie van de invallende straling vast te stellen, zodat de dosimeter op weefsel-equivalente wijze reageert op alle stralingsenergieën. Deze dosimeter is gevoelig voor zowel bèta als X- en gamma stralen zodat deze zowel de dieptedosis Hp(10) als de oppervlaktedosis Hp(0,07) meet. Een van de voordelen van deze dosimeter is dat hij meermaals uitgelezen kan worden.

Facts & Figures: InLight dosimeter

  • Minimaal detecteerbare dosis: 50 µSv
  • Meetbereik: 50 µSv tot 10 Sv
  • X-stralen en gamma-energiebereik: 12 keV tot 6 MeV
  • Bèta-energiebereik: 700 keV tot 2.3 MeV (uitgedrukt in Emax)
  • Klein en licht: 7.5 cm hoog, 1 cm dik, 18 g

Meer informatie vind u in onze brochure

Instadose dosimeter

InstadoseDe Instadose dosimeter berust op het principe van Direct Ion Storage (DIS). Hierbij creëert invallende ioniserende straling elektrische ladingen in een miniatuur ionisatiekamer. Die ladingen worden vervolgens opgeslagen op een halfgeleider geheugencel. De hoeveelheid lading in de geheugencel is een maat voor de gecumuleerde stralingsdosis. Bij uitlezing wordt de hoeveelheid lading niet-destructief bepaald door een spanningsmeting. De lading cumuleert dus en gaat nooit verloren. De dosis over een bepaalde periode wordt dan berekend door het verschil te maken tussen de twee gepaste uitlezingen.

De Instadose dosimeter is beschikbaar in twee versies: de Instadose+ en de Instadose2. Het tweede type meet zowel Hp(10) als Hp(0.07). Indien uw toepassing geen meting van Hp(0.07) vereist dan kan u voor iets goedkopere Instadose+ opteren.

Facts & Figures: Instadose dosimeter

  • Minimaal detecteerbare dosis: 80 µSv
  • Meetbereik: 80 µSv tot 1 Sv
  • X-stralen en gamma-energiebereik: 24 keV tot 1.25 MeV
  • Klein en licht: 5 cm hoog, 1 cm dik, 18 g

Meer informatie vind u in onze brochure

Vingerdosimetrie

Wanneer radioactieve producten met de hand gemanipuleerd worden, kan het nodig zijn om naast een lichaamsdosimeter op de borst ook een vinger- en/of polsdosimeter te dragen. Een polsdosimeter bevat, net als een lichaamsdosimeter, drie detectoren. Ringdosimeters bestaan uit een plastic ring met daarin één enkele thermoluminescente detector.
Wanneer een ring- of polsdosimeter gedragen wordt, is het belangrijk dat de detector zoveel mogelijk naar de radioactieve bron gericht is; dat is meestal naar de binnenkant van de hand of de pols toe. Voorbeelden van werknemers die vingerdosimeters dragen zijn operatoren die werken in een nucleair geneeskundige dienst of personen die werken aan een handschoenkast.

 

Ooglensdosimetrie

Ook voor de ooglens zijn er dosislimieten gedefinieerd die recent werden verstrengd. Dit betekent dat het dragen van een ooglensdosimeter voor bepaalde toepassingen aan te raden is, bijvoorbeeld voor cardiologen die werken in een afdeling interventionele cardiologie. Ook hiervoor kan u terecht bij de dosimetriedienst van het SCK•CEN.

 

Loodschortdosimetrie

Bij het gebruik van een loodschort stelt zich de vraag of de dosimeter boven dan wel onder de loodschort gedragen dient te worden. Het SCK•CEN stelt in dit geval dubbele dosimetrie voor. De persoon draagt dan zowel onder als boven de loodschort een lichaamsdosimeter. Voor de uitlezing en rapportering van de opgelopen dosis gebruikt het dosimetrielabo een algoritme dat de resultaten van beide dosimeters in rekening brengt.